Huisartsen: zien of we 2e AstraZeneca-prik eerder zetten

Hoeveel huisartsen de tweede prik met het AstraZeneca-vaccin eerder gaan zetten dan na twaalf weken, moet nog maar blijken. Dat zegt de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV). Coronaminister Hugo de Jonge maakte vrijdag bekend dat met de GGD’en, ziekenhuizen en huisartsen is afgesproken dat ze de tweede prik zo snel mogelijk toedienen, binnen vier tot twaalf weken.

Alle afspraken voor de tweede coronaprik met AstraZeneca staan al gepland, laat een woordvoerster van de LHV weten. “Praktijken die dat willen, kunnen de afspraak naar voren halen. Maar het is geen verplichting. Bovendien is het maar de vraag of de leveringen van het vaccin toereikend zijn. Het komt nog steeds in blokjes binnen.”

Veel huisartsen wilden volgens de woordvoerster wel graag dat het interval tussen de eerste en de tweede prik minder strikt zou worden. “Huisartsen moeten het inenten combineren met de normale patiëntenzorg. Dus meer flexibiliteit is prettig, bijvoorbeeld omdat ook mensen die in huisartsenpraktijken werken op zomervakantie willen.”

De afgelopen maanden werd tussen de eerste en tweede prik een interval van twaalf weken aangehouden. Nu kunnen alle huisartsen in theorie de tweede prik uiterlijk eind juni toedienen. De GGD’en proberen dat al voor 20 juni te doen, aldus minister De Jonge.

Ouderenbond ANBO is blij dat de tweede prik eerder gezet kan worden. “Hoe sneller hoe beter. Het is zeker fijn voor de groep 60 tot 64 jaar, daar is het niet altijd soepeltjes mee gegaan. Mensen bellen regelmatig om te vragen wanneer ze die tweede prik krijgen. Dit is daarom goed nieuws”, aldus een woordvoerster van de bond.

De ANBO hoopt dat het huisartsen lukt om de vaccinaties te vervroegen. “We begrijpen dat dit misschien lastig is om te realiseren. Maar we roepen huisartsen op om zoveel mogelijk mensen te helpen met een snellere prik.”

Bron: Dagblad 070

error: